• Mijn rug en God

    U overkomt het misschien ook af en toe als u aan het googlen bent. Opeens verschijnt er naast de zoekresultaten een advertentie met de mededeling: 'God genas mijn rug!' Ik weet niet precies bij welke zoektermen google deze advertentie op mijn scherm zet of dat het te maken heeft met mijn zoekgeschiedenis waarin God en geloof toch regelmatig voorkomen - maar het woord 'rug' volgens mij nooit.

    De advertentie komt van de Vlaamse christengemeente Peniel, die gebedsgenezing praktiseert. Het gebed om genezing en de betrokkenheid van God bij het lichaam vind ik waardevol. Ik denk dat traditionele protestanten (zoals ik) op dat gebied nog wel wat kunnen leren van andere christenen. Wat me echter stoort is de reclame voor genezing. Is het nu echt de bedoeling om met genezingen het christelijk geloof onder de aandacht te brengen? Wordt de Gekruisigde gediend met een succesverhaal van een genezen rug? Wil je mensen die op het internet op zoek zijn naar iets van God trekken met een boodschap die God vooral als oplosser van onze problemen neerzet?

    jacob, pniel, genezing

    Voor mij past zulke reclame niet echt bij het geloof dat een kruis als merkteken heeft. En eigenlijk ook niet bij de naam van deze gemeente. Peniël (of Pniël) verwijst naar de plaats waar aartsvader Jakob met God vocht (Genesis 32:23-33). 's Nachts bij Pniël ontmoet God in een mensengedaante Jakob. Hij worstelt met hem totdat de zon opkomt, maar kan hem niet overmeesteren, zodat Hij Jakobs heup ontwricht en hem na enig aandringen zegent. Jakob komt dus gezegend én mank uit de onmoeting met God tevoorschijn. Soms geneest God, vaak geneest Hij niet en soms breekt Hij. De ene keer zegent Hij door te helen, een ander keer door zwijgend mee te lijden, weer een andere keer door te verwonden. Wie eerlijk reclame wil maken voor God en leven met God - als dat echt nodig is - moet wat mij betreft met minstens twee woorden spreken: 'God genas mijn rug' en 'God brak mijn leven stuk'.

  • Die arme golem

    Antwerpen heeft een nieuwe beschermer: de cosmogolem. Als een breedgeschouderde, goeiige reus staat hij op de linkeroever van de Schelde, recht tegenover de kathedraal. Zijn wakende ogen gaan over de stad en in zijn hart bevinden zich duizenden wensen en dromen van Vlaamse kinderen.

    golem,cosmogolem,religieus,atnwerpen

     

    Op zaterdag 19 juni werd de cosmogolem tijdens een kinderfeest van de stad Antwerpen, in aanwezigheid van een schepen op zijn voeten gehesen. Ik was bij die plechtigheid aanwezig en zag – schrik niet – godsdienst. Niet dat de schepen een gebed uitsprak, er een loflied ter ere van de golem uit de speakers galmde of de kinderen een offer brachten. Ook kwam er geen magie aan te pas, zoals in de Joodse mystieke traditie gebruikelijk is om een golem tot leven te wekken. Ook het geroep van de kinderen om hem wakker te maken en het applaus toen hij op zijn sokkel stond waren niet letterlijk tot hem gericht. Niemand dacht zaterdag aan een god. De golem is een door mensen gemaakt kunstwerk, zoals op de website van Ketnet in vette letter staat, alsof men de mogelijke verwarring daaromtrent bij voorbaat wil uitsluiten. En toch – ik kan er niets aan doen – voelde het religieus.

    Het religieuze van de golem zit in het verlangen naar iets groters en sterkers dat over ons waakt. Wij mensen hebben onze dromen, verlangens en idealen, maar weten ook dat ze kwetsbaar en breekbaar zijn. Daarom zoeken we plekken waar onze kostbare verlangens veilig zijn. Dat kan iets als een kluis zijn, maar veel beter is natuurlijk een hart dat onze kwetsbaarheid verstaat en tegelijk sterker is dan het onze. Voor mij is de stoere golem met zijn hart vol wensen en verlangens de houten belichaming van dat religieuze verlangen.

    Dit alles maakt hem echter ook een tragische figuur. We verlangen dat hij onze dromen en idealen veilig bewaart en ons troost en bemoedigt om ze gestalte te geven. Maar we geloven niet dat hij dat ook daadwerkelijk zal doen. Dat is natuurlijk tragisch: een god die niet ernstig wordt genomen. Misschien dat de kinderen nog een klein beetje in hem geloven, maar dat blijft kinderspel. Die tragiek voelde je al wat tijdens de inhuldiging. De volwassenen namen hem niet serieus – hun aandacht was met een plastic pint in de hand vooral gericht op de optredens en elkaar. En ook de kinderen hadden hem al snel weer verlaten. Wat wij de golem te bieden hebben, zijn onze oneindige verlangens en idealen en het kleine offer van een beetje aandacht tijdens een event. Op veel meer hoeft hij ook niet te rekenen, omdat we niet in hem geloven. Ik ben bang dat hij een eenzame wachter zal worden, die berustend het tragische lot torst van een god zonder gelovigen. Gelukkig heeft hij nog wel een schoon uitzicht.

  • Van QWERTY naar AZERTY

    Ik gebruik twee soorten toetsenborden. Een QWERTY-toetsenbord bij mijn werkcomputer, die uit Nederland afkomstig is, en een AZERTY-toetsenbord als ik de huiscomputer gebruik, die in België is gekocht. Lastig natuurlijk om steeds te wisselen. Wil je 'banaan' typen wordt het 'bqnqqn'. Of schrijf ik in een preek 'zij wijn' in plaats van 'wij zijn'. En dan heb ik het nog niet over de cijfers die je met of zonder de shift-toets kan vinden.

    Ik gebruik het vaakst het QWERTY-bord, met als gevolg overschakelingsproblemen als ik achter de AZERTY-computer kruip. Tegenwoordig lukt het wel na een paar correcties en af en toe een uitbarsting als ik toch weer 'bqnqqn' heb getypt. Vandaag overkwam me echter iets wonderlijks. Het ging andersom fout. Op mijn werkcomputer bleek ik opeens AZERTY te typen - iets dat me nog nooit is overkomen. Het vreemde is, dat ik de laatste dagen ook niet lang op de andere computer heb gewerkt. Uit het niets schakelden mijn hersenen en vingers over naar AZERTY, alsof dat nu mijn standaard was geworden en het kostte me moeite om weer terug te schakelen.

    azerty, geloven, qwerty

    Ik begrijp er niets van. Kwam het, omdat ik wat moe was en ik onbewust wisselde? Blijkbaar heb ik door regelmatig op de andere computer te werken onbewust ook de AZERTY-toetsen in mijn hoofd en kan ik ook onbewust overschakelen. Zou het met geloven ook zo kunnen gaan? Dat mensen die niet (meer) geloven langzamerhand de gelovige manier van zien en denken zich eigen maken? Ik hoor wel eens van mensen die meer en meer aangesproken worden door geloof en God en dan al zoekend en lerend op een andere manier naar hun leven en de wereld gaan kijken. Tijdens dat proces is het steeds weer schakelen tussen het ongelovige en gelovige toetsenbord. Totdat het moment komt dat je opeens onbewust overschakelt. Dat is dan een teken dat je de nieuwe kijk je hebt eigen gemaakt. Geloven is de standaard geworden. Blijkbaar heeft dat tijd nodig en ook veel oefenen met de nieuwe en andere kijk van het geloof.

    Dus, zoekers en twijfelaars, probeer te leven in het vertrouwen dat (of: alsof) God er is en je leven richting geeft. Als je dat blijft doen, zal het moment komen dat je onverwachts gelooft - tot je eigen vrolijke verbazing. De overschakeling tussen geloven en twijfelen zal altijd wel blijven bestaan, maar al doende schrijf je steeds minder vaak bqnqqn.