• Een bevuilde kaars met kerst

    kaars, kerst, vuilNa alle voorbereidingen is de kerstviering begonnen. Een tikje gespannen kijk ik naar de paaskaars die dadelijk zal worden aangestoken, als het teken van het licht dat met Christus' geboorte is gaan schijnen. Ik schrik. De witte kaars is bevlekt met donkere, vuile vingerafdrukken. Voor de dienst hebben we de kaars nog even afgetopt, zodat de vlam weer goed zichtbaar zal branden. Maar daarbij is de kaars dus bevuild. 'Er gaat altijd wel iets fout', bedenk ik gelaten.

    Maar terwijl we het eerste kerstlied inzetten, zie ik het teken - alsof een engel aan mij verschijnt. Deze bevelkte kaars is het teken van kerst. Het licht van God is niet in een zuivere wereld gaan schijnen en Christus is niet gekomen voor (bijna) volmaakte mensen. Het licht van God is juist in de duisternis gaan schijnen en Christus is bij ons gekomen - onzuivere, halve en onvolmaakte mensen. De kerk zit vol met zulke mensen en ik ben er een van. Met kerst vieren we onze genezing en redding doordat God bij ons is gekomen en dat met zijn taai geduld steeds blijft doen.

    In mensenlevens die niet zuiver en onbevlekt zijn, brandt toch het licht. Op de een of andere wonderlijke manier weet Christus toch de vlam van liefde en zorg voor elkaar, van eerlijkheid en eenvoud, van levenskracht en moed aan het branden te krijgen. Dat vind ik ontroerend mooi aan het kerstfeest: het goddelijke kind komt naar ons toe in ons echte leven en doorbreekt zo alle schone, vrome en brave schijn. Het is niet alleen mooi, maar ook hoopvol. In echt levens - dat van mij en van anderen - komt God om te genezen en te zuiveren. Het teken daarvan is het armeluiskind in de voederbak en in onze kerk een bevuilde kaars waarop het Christuslicht brandt.

  • Slapen in de kerk

    Ik weet erover mee te praten: slapen in de kerk. Soms zie ik ze wegdommelen in de kerkbank of op een stoel in de kring. Terwijl ik probeer hen te inspireren en hun zielen te redden, zie ik ze vechten tegen de slaap. De slapers zijn gemakkelijk te herkennen: knikkende hoofden en glazige ogen die langzaam dicht en dan weer snel open gaan. In een grote kerk valt het niet zo op, maar in de kleinere kring van een gesprekskring des te meer.

    Hogarth, sleeping congregation, slapen, kerk

    Om eerlijk te zijn: ik kan me er niet echt boos om maken. Ik moet namelijk bekennen dat ik ervaring heb met slapen in de kerk (of tijdens een lezing of congres). Ik weet hoe lastig het is om het gevecht met de slaap te winnen. Dat maakt me mild voor mensen die hun kostbare spirituele tijd verslapen. Bij Poimen de Grote, een christelijke asceet die in de vijfde eeuw in de Egyptische woestijn verbleef, kwamen eens enkele oude mannen vragen wat ze moesten doen met broeders die tijdens de dienst in slaap vielen. Poimen antwoordde: 'Als ik een broeder in slaap zie vallen tijdens het getijdengebed, dan leg ik zijn hoofd op mijn knieën en laat hem rusten.' Dat vind ik nog eens een schone reactie die getuigd van een milde wijsheid!

    Dus, beste slapers in de kerk of de kring, vrees niet dat ik u publiekelijk te kijk zal zetten of uw slaap ruw zal verstoren. Ik zal u laten rusten en als u wakker wordt doen alsof er niets is gebeurd. En ondertussen bid ik stil de woorden van een psalm: 'de HEER geeft het zijn beminden in de slaap.' (Psalm 127 vers 2).

  • Doodsoorzaak nummer 1

    Je hoort het regelmatig, maar het went nooit: zelfdoding. Vorige week las ik in de krant dat de belangrijkste doodsoorzaak van mensen van mijn leeftijd (25 tot 40 jaar) zelfdoding is. Niet kanker of het verkeer, maar de wens om niet meer te leven maakt de meeste slachtoffers onder mijn leeftijdsgenoten.

    Dit zijn echt trieste cijfers. Ik was dan ook geschokt toen ik het las. Na de schok volgde een gedachte over onze samenleving: ondanks alle welvaart, entertainment, kennis en verbetering van de levensomstandigheden blijft er blijkbaar een leegte en vermoeidheid in ons leven. Een gevoel van leven zonder doel en zin, dat ik vaak  tegenkom - bij jongeren, ouderen en ook de drukke mensen tussen jong en oud in. Gelukkig leidt die ervaring van leegte en zinloosheid meestal niet tot een doodswens, maar dat geldt spijtig genoeg niet voor alle mensen. 

    zelfdoding,leegte,zorg

    Toen bedacht ik mij dat zulke bespiegelingen wel waar zouden kunnen zijn, maar dat daarmee niemand echt geholpen is. Is het niet beter om me af te vragen of ik iets kan doen? Wat kan ik doen om de eenzaamheid van mensen te verlichten? Waar kan ik in mijn relaties en in de gemeenschappen waarin ik leef iets doen om elkaar, ook als het zwaar is, te steunen? Durven we bijvoorbeeld in onze kerkgemeenschap zo open en kwetsbaar zijn, dat we de leegte, moeite en pijn met elkaar delen? Volgens mij is er heel veel nood aan zulke omgang met elkaar en ook aan het vertrouwen op een diepere zin van mijn leven. Een zin die onze leegte kan vullen en hoop schenkt tegen de vermoeidheid in. Die zin kunnen we blijkbaar niet maken of organiseren, maar komt als een geschenk van elkaar en van boven.