• Een technologische verlosser?

    Ik heb de biografie van Apple-oprichter Steve Jobs gelezen. Een meeslepend verhaal over een gepassioneerd mens, die grenzeloos en met een drive voor perfectie de wereld veranderde met revolutionaire producten als de Mac, de iPod en de iPad. Dat verhaal roept bewondering op: Jobs heeft magnifieke producten geschapen en verstond de kunst om technologie en design op een verbluffende manier samen te brengen, met ook nog een verhaal dat miljoenen in het hart wist te raken (inclusief mijzelf).

    steve jobs, apple, techonologie, messias

    Tijdens het lezen van Jobs' levensverhaal werd ik echt meegenomen. Hoewel de schrijver kritisch en neutraal probeert te blijven, krijgt Jobs toch wel wat trekken van een messias. Weliswaar eentje met heel wat donkere en al te menselijke trekken, maar toch een messias die de mensheid vooruit heeft geholpen met een aantal revolutionaire producten. Maar juist op dat messiaanse moment haakte ik af. De suggestie, die enkele keren in het boek wordt gedaan, dat Jobs de mensheid vooruit heeft geholpen met zijn innovaties, volg ik niet. Ik gun Jobs zijn plaats in het rijtje van de groten der aarde van harte, maar een verlosser of verbeteraar van de mensheid is hij niet. Akkoord, computers hebben de wereld enorm veranderd en de Apple-producten hebben daar een belangrijke rol in gespeeld. Maar vooruit geholpen of verlost? Daar merk ik weinig van - niet in mijn eigen ziel, niet om mij heen, niet als je nadenkt over de toekomst van de aarde en ook niet als je beseft dat technologie zowel een zegen als een vloek is.

    Het evangelie van Silicon Valley, dat alom wordt verkondigd in onze samenleving, is dat technologische vooruitgang de mens beter maakt en hem naar het beloofde land zal leiden. Maar zelfs als Apple-fan geloof ik dat evangelie niet. Technologie verbreekt onze zelfzucht niet en heeft niet de kracht en de inhoud om ons leven zin te geven. Het heeft onze mogelijkheden vergroot om zin te zoeken - en onzin, om eerlijk te zijn.

  • Geschokt gebed

    De busramp in Zwitserland heeft me met stomheid geslagen. Wat zal je oog in oog met zulk kwaad en verlies ook zeggen? Uit de stomheid en stilte zullen wij morgen in onze kerk toch spreken - de woorden van dit gebed:

    busramp,bidden

     

    God, onze Vader,
    Geschokt en met stomheid geslagen zijn wij,
    stil als die doodse tunnelmuur die zoveel levens brak,
    geschokt over wat niet kan en mag en toch gebeurde:
    kinderen die sterven, ouders die verliezen,
    begeleiders en chauffeurs die niet meer thuis komen.
    Heer, de verliezers, laat hen niet alleen!

    In onze schok en stilte
    verschijnen ook de kinderen die we meestal vergeten
    – te ver weg, te weinig lijkend op ons –
    een kindsoldaat, een meisje verkracht en gebruikt in oorlog,
    de peuter zwanger van de honger,
    de jongen, ongewenst en onbemind,
    het kind getroffen door een kogel.

    Wat zullen wij bidden?
    Waar blijft uw koninkrijk dat voor de kinderen is?
    Dat rijk van U waar muren, mensen, rampen en geweld hun levens niet breken?
    Dat rijk waar de verliezers worden getroost?
    Heer, geschokt en stil, hopen we toch, verlangen we toch, roepen we toch:
    Gij, laat ons niet alleen,
    maar kom en neem ons mee op weg naar uw rijk
    hoopvol, dapper en getroost.
    Amen

  • Ondragelijke leegte

    Ik reed kortgeleden langs de lege showroom van een Saab garage. Een schokkend beeld vond ik het. Achter de gevel van glas geen glanzende wagens, maar een lege, grijze vloer met achterin wat stoelen en een tafeltje. Een beeld van de leegte die rest als een bedrijf ophoudt met bestaan.

    leegte,Saab

    Het schokkendst was niet die leegte, maar een groot scherm aan de wand, waarop een gelikte verkoopfilm van de nieuwste Saab werd vertoond. Het contrast kon niet groter: de lege showroom en de flitsende beelden van een autoreclame. Wilde de man die als laatste het licht uitdeed de showroom nog een beetje redden – geen auto’s, maar nog wel scherm vol schone Saabs? Zijn ze gewoon vergeten om de film af te zetten? Of is het een daad van rouw, een laatste hommage aan het merk dat ongetwijfeld een deel van hun leven is geworden?

     

    Ik weet het niet, maar het schokte mij. Het was een haast ondragelijk beeld van leegte. Leegte die mij beangstigt en die achter veel flitsende beelden, glanzende apparaten en verleidelijke etalages schuilgaat. Een leegte die we wegstoppen achter veel drukte en een oneindige stortvloed aan beelden en stemmen die ons leven vullen. Maar onverwachts kruipt ze door de kieren van het leven naar boven en verschijnt ze – en dat schokt – want ze is ondragelijk.