• Reclame voor vergeving

    'Alsof er niet genoeg auto's over de weg rijden,' dacht ik gisteren toen ik langs weer een levensgrote reclame voor een nieuw model auto reed. Ik heb het idee — louter op basis van mijn eigen waarnemingen langs de vooral Antwerpse wegen — dat de autoindustrie de koppositie inneemt in het beplakken van de kleine, middelgrote, grote en vooral reuzegrote reclameborden die het straatbeeld van Antwerpen (ont)sieren.

    Maart 2011 Eindhoven Billboard_large.jpg

    Nu ben ik geen autohater, hoewel de fiets om velerlei redenen mijn favoriete vervoermiddel in de stad is en ik het openbaar vervoer verkies boven filerijden naar Brussel. Ik kan zeker genieten van de schoonheid en het technisch vernuft van het allerheiligste vervoermiddel van Vlaanderen en de wereld. Maar al die levensgrote glimmende bolides met stoere man, schone vrouw en/of woest landschap die mij moeten verleiden om ook naar dat model te verlangen, roepen weerstand op. Het is gewoon teveel, te groot en te opzichtig.

    Deze ergernis brengt me bij een tegendraads en creatief voorstel van de filosoof Alain De Botton (uit zijn boek Religie voor atheïsten). De Botton vraagt zich af of we in onze westerse samenlevingen niet teveel propaganda voor eten en producten maken, terwijl het veel beter zou zijn om te streven naar 'een evenwichtiger samenstelling van de boodschappen ... met minder nadruk op het louter commerciële.' Ik vind dat een prachtig idee. Waarom geen levensgrote reclame voor vergeving en reuzeposters langs de weg die ons troosten of verleiden om meer naar elkaar om te zien?

    Het probleem is natuurlijk dat deugden als vergeving, troost en omzien naar elkaar niet de marketingbudgetten hebben waarover Mercedes, Renault en Volkswagen beschikken. Maar als we die immateriële zaken moreel en spiritueel hoger achten dan auto's (of welk product dan ook), dan zouden we toch op de een of andere manier moeten investeren om ook daarvoor met verleidingskracht en creativiteit reclame te maken?