• Zalig de ontvangers

    Ik was te vroeg voor de trein en had daarom nog tijd om een koffie te kopen en die op een bankje in de inkomhal van het station op te drinken. Terwijl ik daar zat wakker te worden, waren er jonge mensen in gele sweatshirts druk bezig om een nieuw soort ontbijtkoeken uit te delen aan iedereen die het station binnenkwam of verliet. 

    Sommige mensen stapten slaperig of in gepeins verzonken in de richting van het perron en kregen opeens een pakje koekjes met flyer in de hand geduwd. Verbaasd keken ze op in de frisse, vriendelijke ogen van de gele man of vrouw die met een snel 'Alstublieft mijnheer/mevrouw' zich alweer tot de volgende reiziger wendde. Andere mensen hadden het gebeuren al gezien, stapten bewust op de uitdelers af en ontvingen met een even vriendelijk alstublieft hun begeerde ontbijtkoeken. Op een bepaald moment vormde zich zelfs een kleine rij met mensen die aanschoven om het gele gratis product te bemachtigden.

    BelvitaNews2.jpg

    Ik moest denken aan het woord van Jezus: 'Het is zaliger te geven, dan te ontvangen.' (Handelingen 20:35) Dat lijkt me helemaal waar, maar ontvangen kan ook zalig zijn. Zeker als je ongevraagd en onverwacht iets in de handen wordt geduwd op een vroege morgen, als je je — nog niet geheel wakker — spoedt naar de trein die je naar weer een gewone werkdag brengt. Hoe zalig is dan om een koekje in de handen gedrukt te krijgen met een vriendelijk en helder 'alstublieft' uit de mond van een felgeel jong mens? Dit was wat in we in de kerk 'genade' noemen: de zalige en vrolijke genade om onverwacht en onverdiend te ontvangen. Het leek me in ieder geval veel zaliger om zo te ontvangen, dan om aan te schuiven in de rij omdat je het gratis product graag wilde bemachtigen.

    Toen het voor mij tijd was om naar de trein te gaan, stond ik in dubio. Zou ik ook bewust langs de gele mensen stappen om die koeken te bemachtigen? Ze leken me nu niet heel lekker, maar wel gratis. Ik besloot het niet te doen om mijn begeerte te temmen en ging achter hen langs. Maar een stukje verderop stonden tot mijn blijdschap nog twee gele jonge mensen en hen kon ik onmogelijk ontlopen. En dus kreeg ook ik gelukkig een pakje ontbijtkoeken aangereikt — 'alstublieft, meneer'. Ik bekeek de buit en zag tot mijn verrassing dat ze mij twee pakjes hadden gegeven. Ontroerd over de onverwachte dubbele genade die mij in de hand was gedrukt, vervolgde ik mijn weg — zalige ontvanger die ik was.