• Wat doet u eigenlijk?

    Er is geen vraag zo goed voor mijn nederigheid en tegelijk zo slecht voor mijn zelfbeeld, dan die ogenschijnlijk onschuldige vraag: 'Wat doet u eigenlijk?' Het wordt me met enige regelmaat gevraagd als het over mijn beroep gaat. En niet alleen onbekenden, die weinig of niks weten van wat er in een kerk gaande is, stellen deze vraag, maar ook mensen die de kerk redelijk kennen. Laatst nog twee jongeren die mij al meer dan zeven jaar kennen van catechisatie. We hadden het over onze tijdsbesteding en toen ik vertelde hoeveel tijd ik aan mijn werk besteedde, floepte die vraag weer op tafel — half nieuwsgierig, half verwonderd — 'Wat doet u eigenlijk?'Tekening dominee website pkn.jpg

    Voor een deel zal die vraag te maken hebben met het feit dat veel van wat er in de kerk gebeurt niet zo zichtbaar is  — zeker niet voor jongeren. Maar volgens mij is de echte achtergrond van de vraag de lage waarde die in onze samenleving aan de kerk wordt toegekend. Kerkdiensten, catechese voor jongeren, gesprekskringen, bezoeken van zieken en ouderen, spirituele raad, sociale betrokkenheid, om maar niet te spreken van het bestuur dat ook bij het kerkgebeuren komt kijken, behoren voor veel mensen niet tot de core business van de samenleving, waarvoor dan ook jobs en lonen nodig zijn, maar eerder tot de sector van het vrijwilligerswerk en de liefhebberij van gelijkgezinden. Die lage waardering bespeur ik in dat ellendig woordje 'eigenlijk' in de vraag. Wat doet u nu echt? Wat is nu uw werkelijke bijdrage aan het leven — echt, dus naast uw kerkelijke hobby en welwillende vrijwillige inzet?

    Ik heb de neiging om bij het antwoord in de verdediging te schieten en mijn waarde als predikant voor de samenleving te willen bewijzen. Wat ik meestal ook doe door een opsomming te geven van mijn werk en dan zeker ook die taken te noemen die iedereen (in theorie tenminste) belangrijk vindt, zoals het bezoeken van zieken en ouderen. Die neiging om onszelf te bewijzen leeft volgens mij sterk in onze kerken: bij de tijd worden, meetellen, hippe projecten opzetten, zichtbaar zijn, het gevoel hebben dat we iets bijdragen aan de samenleving. En toch weet ik niet of dat het beste antwoord is. Ik vraag me af of die schijnbare waardeloosheid en nutteloosheid van de kerk en van mijn werk, niet juist onze kracht is. Dat 'eigenlijk' zou wel eens onze geuzennaam kunnen zijn: naar de economische maatstaven en de culturele modes van onze tijd presteren wij eigenlijk, werkelijk misschien weinig, maar wat dan nog? In de marge, in de stilte, in de kleine dienstbaarheid, in de dwaasheid van het geloof ligt ons eigenlijk werk. 

    Voor alle duidelijkheid: dit is geen pleidooi om een sekte te vormen en ook niet voor luiheid en gemakzucht. Integendeel ik geloof dat de eigenlijke taak van de kerk het harde werk is om midden in het leven, in de marges, de gaten en stiltes van het bestaan (zowel persoonlijk, als in de samenleving), God te zoeken en te vinden. Dat probeer ik dus te doen, eigenlijk.