• Dit jaar geen veertigdagentijd?

    Protestanten zijn er niet zo goed in: in het houden van de veertigdagentijd, de lijdenstijd of de vasten. Ik zeg dat niet beschuldigend, maar eerder als een constatering na zeven jaar aandacht vragen voor en moeizaam praktiseren van de veertigdagentijd. Alle veertigdagentijd-projecten, boekjes of apps met bezinning, acties om op de een of andere manier te vasten, thema’s in kerkdiensten, retraites en goede voornemens ten spijt, het lukt ons maar moeilijk om tot een vruchtbare invulling van de veertigdagentijd te komen. Ik heb over de oorzaken nagedacht:

    pieter bruegel de oude, strijd tussen carnaval en vasten

    1. We hebben het druk. De meest banale en simpele reden waarom het moeilijk is om tijd te maken voor bezinning en andere leefgewoontes is de drukte van het leven. Het kost de meesten van ons teveel inspanning om in ons drukke, volle leven tijd vrij te maken voor bezinning, bekering, anderen en stilte.

    2. We missen de gezamenlijkheid om een langere tijd een afwijkende manier van leven vorm te geven. Het is moeilijk om in je eentje of als gezin alleen een tijd op een ander tempo en met andere prioriteiten dan je omgeving te leven. Je hebt anderen nodig met wie je dit samen kunt beleven, vieren en volhouden, maar in de kerk willen we vooral ruimte om het op onze eigen manier te doen, waardoor een gezamenlijke invulling van de veertig dagen voor Pasen, buiten het ruime uurtje op zondag, vrijwel onmogelijk is.

    3. We geloven te weinig in het nut van goede werken. Het protestantse ‘door genade alleen’ heeft ons wantrouwig en afkerig gemaakt ten opzichte van goede werken. Diep in onze ziel leeft de gedachte dat onze bezinning, onze verandering van levensstijl, ons toeleven naar Pasen niet noodzakelijk is, aangezien we toch leven van Gods onveranderlijke liefde en genade. Zonder een besef dat we aan onze zaligheid moeten werken (Filippenzen 4:12-13) en zonder een verlangen om ons hele leven aan God te wijden (Romeinen 12:1-2) ontbreekt al snel de motivatie om je te bezinnen en te werken aan je leven.

    4. We zijn gelovigen van het woord en het innerlijk en hebben daarom moeite om ons geloven te verbinden met hele praktische, aardse zaken als voedsel, tijd en de samenleving of andersom onze levensstijl en inzet voor de samenleving met ons geloven.

    5. We leven in een consumenten-samenleving waarin we dagelijks geprikkeld worden om onze wensen (snel) te bevredigen en ons geluk op volle kracht na te streven, terwijl de veertigdagentijd  gaat over bezinning op de Gekruisigde Heer en zijn weg van verlossing doorheen lijden en verlies. Dat botst en vloekt dus met elkaar. Volgens Jezus kunnen we niet ‘en God dienen en de Mammon’ (Mattheüs 6:24) en die constatering klopt denk ik ook als het gaat over de veertigdagentijd.

    6. We hebben slechte ervaringen met de opbrengst van al dat minderen, bezinnen en veranderen (misschien juist omdat we er niet zo goed in zijn). Aangezien we ook graag willen dat onze inspanningen iets opleveren, worden we niet echt enthousiast van het vooruitzicht van veertig dagen (licht) ploeteren voor niks. 

    Ik heb natuurlijk enigszins overdreven en het bovenstaande zal niet voor iedereen in gelijke mate gelden, maar ik ben er wel zo van overtuigd dat ik me dit jaar niet enthousiast in de veertigdagentijd wens te storten. Maar ja, wat dan te doen? Gewoon doorgaan in de stille hoop dat het dit jaar niet een vermoeiend, frustrerend gebeuren wordt? Of dit jaar de veertigdagentijd overslaan en gewoon druk en oppervlakkig doorleven tot het Paasfeest? Of nog een keer alles in mij en in de kerk mobiliseren om er iets goeds en waardevols van te maken? Of er open instappen, zonder plannen en hoop op effect – met lege handen en het verlangen dat het aan ons gebeurt, dat ook in de veertigdagentijd er genade geschiedt? Ik ben benieuwd wat u doet ...