• Selfie stick

    Vorig weekend was ik als toerist in Barcelona. Daar werd ik geconfronteerd met een mij tot dan toe onbekend digitaal gadget, namelijk de selfie stick. In de basiliek van de Sagrada Familia wandelden mensen met een stick van een ongeveer een meter voor zich uit met daarop hun smartphone of een klein cameraatje. De zin van deze laatste digitale vernieuwing werd me snel duidelijk: op deze manier kun je zonder veel moeite alles wat je ziet samen met je selfie vereeuwigen. 

    selfie,barcelona,dikke ik

    De digitale fotografie en de smartphone hebben de afgelopen jaren onze toeristische beleving sterk veranderd, doordat we veel meer foto's maken, die we ook nog direct kunnen zien en delen. De smartphone met camera aan twee kanten heeft de selfie mogelijk gemaakt, zonder dat je anderen moet lastig vallen om een foto van je te maken of tien minuten aan het zweten bent met de zelfontspanner. En nu vervolmaakt de selfie stick deze technologie met meer gebruiksgemak en de mogelijkheid om een foto op grotere afstand met dus meer achtergrond te maken. 

    Het zien van mijn medetoeristen, die de details van deze kathedraal van speelse en eeuwige schoonheid vastlegden met hun eigen gezicht ertussen, vervulde me met een mengeling van verdriet en vrolijkheid. Verdriet over het dikke ik, dat in onze cultuur zich overal probeert tussen te wurmen, als zo'n oervervelend aandachttrekkend kind in een gezelschap. En over de technologie die met de belofte van meer gemak ons juist drukker maakt en ons afleidt van de eenvoud van kijken en beleven. De aanblik van de mensen die als een blinde hun sticks voor zich hielden en ernstig of vrolijk naar hun 5 inch scherm keken maakte me echter ook vrolijk. Welk een absurd wezen is de mens toch? Wat een humor schuilt er niet in al die kleine mensjes die op alle beelden de postzegel met hun eigen koninklijk aangezicht willen kleven? Even dacht ik een zachte, eeuwige lach door de basiliek te horen glijden — van Antoni Gaudí en zijn grote meester-Architect. Misschien konden Ze zich niet inhouden bij het zien van de lachwekkende inspanning die mensen doen om koste wat het kost niet omhoog of naar binnen te kijken. 

  • Alsof het niet ouder was dan een dag

    Eén van de verre voorouders in de christelijke familie is de Ier Brendan, zoon van Finnloag (484-577), die later bekend raakte als Sint Brendan (of Brendan de Zeevaarder). Hij was één van de Ierse missionarissen die van grote betekenis is geweest voor de kerstening van Groot- Britannië en Noord-Europa. Van deze Brendan is maar weinig bekend, behalve een legendarisch verhaal over zijn zeereis naar het verloren aardse paradijs, dat in de Middeleeuwen zeer populair was.

    092511a9brside2.jpg

     

    Ik heb deze verre voorvader leren kennen door de Amerikaanse schrijver Frederick Buechner, die op basis van de weinige informatie en de legende een roman met de titel Brendan heeft geschreven. Buechner vertelt over Brendan die samen met een andere monnik voor een opdracht van de bisschop door het Ierland van de zesde eeuw reist. Onderweg ontmoeten ze de armen op het platteland, met wie Brendan contact maakt. ‘Hij gaf hen iets te eten uit onze goedgevulde zakken en vertelde hen het nieuws van Christus alsof het niet ouder was dan een dag’, zo ziet Buechner het gebeuren.

    Ik vind het zo mooi gezegd: ‘hij vertelde hen het nieuws van Christus alsof het niet ouder was dan een dag.’ Het nieuws van Christus is oud nieuws — twee millennia oud al. In de kerk doen we ons best om dat nieuws te verstaan en te vertalen naar vandaag. Dat is fascinerend en leerzaam, de ene keer lukt het, de andere keer niet. Voor veel mensen is de ouderdom van het nieuws over Christus ook een serieus probleem, omdat het te vreemd en te ver op afstand blijft of omdat het zo overbekend en versleten is. Vandaar ook de roep om vernieuwing en een christendom 2.0 of 10.0.

    Ik leer graag van de Brendan uit deze roman dat we het evangelie ook zo kunnen vertellen alsof het gisteren is gebeurd. Dat vraagt om verbeeldingskracht en vertelkunst natuurlijk, maar meer nog om het besef en het vertrouwen dat nieuws van 2000 jaar terug op de een of andere manier ook gisteren en vandaag gebeurt of toch zou kunnen gebeuren. Dat ontslaat ons niet van de taak om de boodschap van het christelijk geloof te vertalen en te zoeken naar vernieuwing en verfrissing van de kerkelijke taal, die zo verheven, versleten en hol kan klinken. Maar een stap dieper gaat het om (leren) geloven en zien dat het gebeuren van Christus echt niet ouder is dan een dag.

    Naar aanleiding van Frederick Buechner, Brendan: a novel (HarperOne, New York) p. 49 citaat.