• Verveling

    Nu de schoolvakantie bijna voorbij is, heb ik behoefte om over één wonderlijk vakantiefenomeen door te denken. Dat fenomeen is verveling. Regelmatig zag ik in de lange vakantiemaanden de verveling voorbij komen. Zij bestond uit de volgende ingrediënten: niet weten wat te doen, alleen een computer-, tv- of nog weer een ander scherm is de aandacht waard en alle suggesties om iets anders te gaan doen stuiten op een klagelijk en vermoeid ‘Geen zin’ of ‘Zoooo saaaaai!’ Het ergste van al is dat ik — een druk, zogenaamd volwassen mens, met veel taken en mogelijkheden — die verveling maar al te goed herken. 

    bored-girl.jpg

     

    Verveling kan ontstaan uit te weinig mogelijkheden, bijvoorbeeld als je eenzaam, om gezondheidsreden lichamelijk beperkt of werkloos bent. Maar verveling komt ook op bij genoeg of teveel mogelijkheden. ‘Hoe verklaren we de ironie dat juist de maatschappij die … de wereld heeft veranderd in een enorme pret-en-spel-fabriek … dat juist de maatschappij die de minste reden heeft om zich te vervelen, zich het meest verveelt?’, zo vraagt de Amerikaanse ethicus Peter Kreeft zich af. Een terechte vraag, vind ik, denkend aan de hoeveelheid pret en spel dat onze kinderen tot hun beschikking hebben.

    Een antwoord op die vraag zou kunnen zijn dat die enorme pret-en-spel-fabriek (en ook veel van ons werken en druk doen) ons niet echt kunnen bevredigen en een gevoel van leegte oproepen of achterlaten. Dat gevoel noemen we dan verveling — een soort kosmische geeuw over ons zinloze, oppervlakkige leven.

    De denker die de verveling op deze manier heeft gepeild, is de Franse filosoof en wiskundige Blaise Pascal (1623-1662). Hij verbaast zich over de verstrooiing en drukdoenerij waarmee mensen hun leven vullen. Volgens Pascal doen wij dat om maar niet te moeten nadenken over onze ellendige situatie. 'Het enige goed van de mensen bestaat er dus in afgeleid te worden van het denken aan hun situatie, hetzij door een bezigheid die hen daarvan afbrengt, hetzij door een of andere aangename nieuwe passie, waardoor ze beheerst worden: het spel, de jacht, een fascinerend schouwspel, kortom, door wat men verstrooiing noemt.' (Fragment 136, Pensées) Zo bezien is verveling de reactie van onze ziel op de confrontatie met onszelf en onze leegte en ongeluk. Een vervelend gevoel dat we niet gelukkig zijn, dat het niet klopt, dat dit geen leven is — zoals dat ook tot uiting komt in de verschillende vormen van 'leeftijdsverveling': de twintigerstwijfel, het dertigersdilemma en de midlifecrisis.

    Meestal reageren we op verveling door iets (anders) te gaan doen — weer verstrooiing te zoeken, zou Pascal zeggen. En zo heb ik deze vakantie ook geprobeerd om de verveling op te lossen. Maar misschien zouden we die vervelende verveling beter een tijdje uithouden en als uitnodiging aanvaarden om het gemis en de leegte onder ogen te zien en te zoeken naar een ander, dieper geluk.