Liefde valt uit het raam

Zij stond bij het open raam, op de eerste verdieping. Hij was net de straat overgestoken en opende het portier van een auto. Hij keek nog even om. Zij zwaaide gedag en glimlachte met stralende, donkere ogen. Ik was de gelukkige die precies op dat juiste moment langsfietste onder een donkergrijze februarihemel.

antwerpen,liefde

Het ontroerde me, dit eenvoudige afscheidsritueel van twee onbekende mensen. Ik kan niet zeggen of ze geliefden waren, vrienden of broer en zus, maar dat gebeuren sprak de taal van liefde en leven. Zonder woorden, maar met hun ogen en een kwetsbaar handgebaar raakten ze elkaar nog even aan. Het was vooral de vluchtige, kwetsbare aanraking in het gebaar en het oogcontact die me raakte. 

Is dit niet het schoonste van liefde — kwetsbaar geven en ontvangen, zacht en vederlicht raken en geraakt worden? De liefde kent geen ijdel vertoon en ze is niet grof, schrijft de apostel Paulus in zijn lied van de liefde (1 Korinthiërs 13). Hij heeft gelijk: liefde op haar echtst is zacht en kwetsbaar en toont zich stil en teder. Zacht straalt ze uit de ogen of de handen van een ander en genadig gewoon zet ze ons alledaagse leven in een zacht licht, zoals een zonnestraal dansende stofdeeltjes laat glinsteren en leven. En ik zag haar als toevallige voorbijganger even uit het raam vallen van een gewoon appartement in een nog gewonere straat in Antwerpen.

Al fietsend greep ik moed. De liefde is er nog, ze zal nooit vergaan. Even kwetsbaar als taai, even stil als vitaal overleeft ze in tijden van grofheid en 'ikkerigheid'. En valt ze ons genadig en verrassend in de schoot.

De commentaren zijn gesloten.