Dominee denkt door - Page 2

  • Liefde valt uit het raam

    Zij stond bij het open raam, op de eerste verdieping. Hij was net de straat overgestoken en opende het portier van een auto. Hij keek nog even om. Zij zwaaide gedag en glimlachte met stralende, donkere ogen. Ik was de gelukkige die precies op dat juiste moment langsfietste onder een donkergrijze februarihemel.

    antwerpen,liefde

    Het ontroerde me, dit eenvoudige afscheidsritueel van twee onbekende mensen. Ik kan niet zeggen of ze geliefden waren, vrienden of broer en zus, maar dat gebeuren sprak de taal van liefde en leven. Zonder woorden, maar met hun ogen en een kwetsbaar handgebaar raakten ze elkaar nog even aan. Het was vooral de vluchtige, kwetsbare aanraking in het gebaar en het oogcontact die me raakte. 

    Is dit niet het schoonste van liefde — kwetsbaar geven en ontvangen, zacht en vederlicht raken en geraakt worden? De liefde kent geen ijdel vertoon en ze is niet grof, schrijft de apostel Paulus in zijn lied van de liefde (1 Korinthiërs 13). Hij heeft gelijk: liefde op haar echtst is zacht en kwetsbaar en toont zich stil en teder. Zacht straalt ze uit de ogen of de handen van een ander en genadig gewoon zet ze ons alledaagse leven in een zacht licht, zoals een zonnestraal dansende stofdeeltjes laat glinsteren en leven. En ik zag haar als toevallige voorbijganger even uit het raam vallen van een gewoon appartement in een nog gewonere straat in Antwerpen.

    Al fietsend greep ik moed. De liefde is er nog, ze zal nooit vergaan. Even kwetsbaar als taai, even stil als vitaal overleeft ze in tijden van grofheid en 'ikkerigheid'. En valt ze ons genadig en verrassend in de schoot.

  • Man en Kind

    Allebei verschijnen ze met Kerst — de man en het kind.

    santa.jpg

    De man is dik, heeft een witte baard, draagt een rood pak,
    rijdt op een slee getrokken door rendieren
    en regelmatig ook in een camion van Coca-Cola.
    Hij komt van oorsprong uit Amerika.

    Het kind is klein, slaapt in doeken, ligt in een voerbak,
    heeft de ezel als favoriet vervoersmiddel,
    of gaat gewoon te voet.
    Het komt van oorsprong uit bezet gebied.

    De man heeft een marketingbudget van miljarden dollars.
    Hij is gul en geeft cadeau’s, maar dat is betrekkelijk:
    we moeten ze eerst wel zelf kopen —
    maar dat noemen we dan weer kerstshoppen of
     consumeren,
    wat goed schijnt te zijn, zowel voor het land als voor ons geluk.

    Het kind komt uit een familie met weinig budget,
    net genoeg voor de stal van de herberg.
    Het is gul en geeft cadeau’s, maar ook dat is betrekkelijk:
    op zijn cadeau’s zitten we niet zo te wachten —
    als je ze uitpakt, komen ze namelijk dichtbij, vragen ze veel — cadeau’s met gevolgen.

    Daarom krijgt die man steeds meer aandacht, tijd en ruimte,
    terwijl het kind zich langzaam terugtrekt
    in de stilte, gewoonheid en armzaligheid waarin het ooit werd geboren.

    Ze worden ook steeds vaker door elkaar gehaald:
    het kind wordt langzaam herschapen
    tot een variant op de man:
    het zoete kindeke dat ons in de donkere dagen ontroert,
    de religieuze marketeer voor goede doelen en een afgekocht geweten.

    Maar laten we niet treuren om het kind.
    Dat leeft ook buiten de spotlights en met weinig budget.
    Het blijft hardnekkig onder ons:
    in oude kerstliedjes, in kerken — zelfs als ze halfleeg zijn —
    marginaal en aan de rand van het leven,
    in mensen die zich echt geven in liefde en zorg,
    in mensen die zijn cadeau’s uitpakken,
    en zelfs in de man.

    Want de man heeft, ondanks het geld, het lege consumeren, het oppervlakkige vermaak,
    toch de vreugde en warmte van het kind bij zich.
    Zijn ‘jingle bells’ en vrolijke ‘hohoho’ gaan nog steeds 
    over Christmas en Kerst.
    En Christ of Kerst, is dat niet de naam van het Kind?

  • Gezondheid is niet alles

    Healthy-Living-Apple.jpgIk wist niet of ik er goed aan deed, ik aarzelde, maar ik zei het toch: 'Nee, ik vind gezondheid niet het belangrijkste.'

    Het gebeurde tijdens een bezoek aan een van onze kerkleden die net uit het ziekenhuis thuis was. Ik was er nog niet zo lang, toen de kinesist verscheen om revalidatie oefeningen te doen. Terwijl ik aanstalten maakte om te vertrekken, zei ik dat ik graag ruimte maakte voor de gezondheid van het lichaam en nog wel eens terug zou komen op een ander moment. Daarop reageerde de kinesist met de opmerking dat gezondheid natuurlijk voor alles kwam.

    Daar was die opmerking weer. Misschien al wel duizend keer had ik die in het ziekenhuis, bij de schoolpoort of op een verjaardag in verschillende varianten gehoord: 'Als je maar gezond bent'; 'Zolang ik gezond blijf, hoor je mij niet klagen'; en 'Gezondheid is je grootste rijkdom'. Telkens krijg ik er een ongemakkelijk gevoel bij. Enerzijds klopt het dat lichamelijke gezondheid tot de basisbehoeften van het menselijk leven behoren — helemaal onderaan de piramide van Maslow. Een gezond lichaam is een basis om mee te kunnen leven en ziek zijn beperkt een goed leven, of kan dat zelfs onmogelijk maken. Anderzijds is de uitspraak dat gezondheid voor alles komt tiranniek, om niet te zeggen afgodisch. Gezondheid wordt zo gepromoveerd van een essentiële basisbehoefte naar het hoogste goed. Het is die opgehemelde status van gezondheid die mij dwars zit en mij tot het tegenspreken van het hedendaagse dogma van 'gezondheid voor alles' bracht.

    Mijn tegenspraak heeft te maken met de Bijbel. De bijbelse kritiek op afgoderij waarschuwt dat geen enkel aspect van het menselijk bestaan die absolute, goddelijke status verdient, omdat er anders niet genoeg ruimte is voor God, maar ook niet voor een vrij en humaan leven. En gezondheid is een van de goede en belangrijke aspecten van het bestaan die in onze samenleving als een god wordt vereerd. Als je bedenkt hoeveel geld, energie en aandacht aan gezondheid en een gezond en jeugdig lichaam wordt besteed, dan lijkt het dat gezondheid vandaag een veel hogere status heeft dan de godin Hygieia ooit bij de oude Grieken had. De kritische vraag is of ze daarmee niet teveel eer en aandacht krijgt en — zoals alle goden — ons tot haar slaven maakt.

    Een andere bedenking die bij mij opkomt is wat dit dogma met je doet als je niet gezond bent. Wat als je chronisch ziekt bent, als door ouderdom je lichaam aftakelt of als je moet leven met een lichamelijke beperking? Dan is dat hoogste goed van een gezond leven niet meer bereikbaar, maar ben je dan ook minder mens en niet meer in staat om geluk te ervaren? Zonder ziekte, handicaps en aftakeling te willen relativeren (of lijden te verheerlijken), zie en ervaar ik dat er ook geluk en diepe menselijkheid te vinden en te geven is als je leeft zonder het hoogste goed van gezondheid. En zet dat niet een streep door het dogma dat gezondheid voor alles gaat?

    Toch aarzel ik om dat te zeggen. Ik denk omdat ik me een ketter voel die tegen het gezondheidsgeloof van de meerderheid ingaat. En het vergt nog altijd — ook in verlichte tijden — moed om een ketter te zijn. En nog meer omdat ik (voor zover ik weet) gezond ben. Als gezond mens heb je gemakkelijk praten. Heb ik wel recht om hierover te spreken? Daarom zal ik deze blog laten lezen aan mensen die weten wat het is om gezondheid te missen, alsook aan een aantal mensen die in de gezondheidszorg werkzaam zijn. Ik ben benieuwd naar hun kijk. Uw gedachten zijn natuurlijk ook welkom.