Shopping

  • Man en Kind

    Allebei verschijnen ze met Kerst — de man en het kind.

    santa.jpg

    De man is dik, heeft een witte baard, draagt een rood pak,
    rijdt op een slee getrokken door rendieren
    en regelmatig ook in een camion van Coca-Cola.
    Hij komt van oorsprong uit Amerika.

    Het kind is klein, slaapt in doeken, ligt in een voerbak,
    heeft de ezel als favoriet vervoersmiddel,
    of gaat gewoon te voet.
    Het komt van oorsprong uit bezet gebied.

    De man heeft een marketingbudget van miljarden dollars.
    Hij is gul en geeft cadeau’s, maar dat is betrekkelijk:
    we moeten ze eerst wel zelf kopen —
    maar dat noemen we dan weer kerstshoppen of
     consumeren,
    wat goed schijnt te zijn, zowel voor het land als voor ons geluk.

    Het kind komt uit een familie met weinig budget,
    net genoeg voor de stal van de herberg.
    Het is gul en geeft cadeau’s, maar ook dat is betrekkelijk:
    op zijn cadeau’s zitten we niet zo te wachten —
    als je ze uitpakt, komen ze namelijk dichtbij, vragen ze veel — cadeau’s met gevolgen.

    Daarom krijgt die man steeds meer aandacht, tijd en ruimte,
    terwijl het kind zich langzaam terugtrekt
    in de stilte, gewoonheid en armzaligheid waarin het ooit werd geboren.

    Ze worden ook steeds vaker door elkaar gehaald:
    het kind wordt langzaam herschapen
    tot een variant op de man:
    het zoete kindeke dat ons in de donkere dagen ontroert,
    de religieuze marketeer voor goede doelen en een afgekocht geweten.

    Maar laten we niet treuren om het kind.
    Dat leeft ook buiten de spotlights en met weinig budget.
    Het blijft hardnekkig onder ons:
    in oude kerstliedjes, in kerken — zelfs als ze halfleeg zijn —
    marginaal en aan de rand van het leven,
    in mensen die zich echt geven in liefde en zorg,
    in mensen die zijn cadeau’s uitpakken,
    en zelfs in de man.

    Want de man heeft, ondanks het geld, het lege consumeren, het oppervlakkige vermaak,
    toch de vreugde en warmte van het kind bij zich.
    Zijn ‘jingle bells’ en vrolijke ‘hohoho’ gaan nog steeds 
    over Christmas en Kerst.
    En Christ of Kerst, is dat niet de naam van het Kind?

  • Schaamteloos

    Onderweg in de trein flitste ik een reclame voor een auto voorbij. Ik zag nog net dat het een rode was. En de slogan zag ik ook: 'Schaamteloos luxueus'. In plaats van te dromen hoe luxe deze wagen wel zou zijn (wat waarschijnlijk de bedoeling van de reclamemakers was), gingen mijn gedachten naar het woord 'schaamteloos'.

    Deze reclame speelt met onze schaamte. De suggestie is dat mensen zich normaal schamen voor het publiekelijk tonen van al te grote luxe en misschien ook voor het rijden in een eenvoudige middenklasse wagen, die je niet al te veel status verschaft in het 21e eeuwse Vlaanderen. Maar die schaamte kunnen we nu van ons afschudden met deze nieuwe rode auto, die schaamteloos de luxe toont die normaal is voorbehouden aan de glimmende bolides van de rijken.

    opel-astra-2015-02.jpg
    Deze reclame legt iets bloot van hoe schaamte werkt in onze samenleving. Aan de ene kant is er de sterke boodschap dat je je niet moet schamen als je taboes doorbreekt, niet voldoet aan de mainstream eisen van geluk en status en/of dingen doet waar anderen schande van spreken. Wees zonder schaamte jezelf, lijkt de reclame te roepen. Aan de andere kant blijft schaamte een zeer reële menselijke emotie, die op alle terreinen van het leven een rol speelt. Het tonen van teveel luxe is niet deugdzaam en roept schaamte op, want trekt teveel aandacht en wekt jaloezie enz. En tegelijk is het ook aantrekkelijk om schaamteloos te doen waar je zin in hebt én waarvoor je je diep van binnen schaamt. Aan die verboden schaamteloosheid appelleert de reclame ook. 

    De schrijver Willem Jan Otten ziet schaamte als iets positiefs. Schaamte hoort volgens hem bij de menselijke waardigheid. Het is de uiting van de overtuiging dat je iets te beschermen hebt, dat je je niet open en bloot aan iedereen kan en wil tonen. Otten schrijft over de schaamteloosheid in pornografie en het dogma van de seksuele revolutie dat je je niet mag schamen (behalve voor je schaamte dan). Achter deze autoreclame is eenzelfde dogma aan het werk, maar dan van de kapitalistische godsdienst: een consument moet zich niet schamen voor wat hij koopt, maar kan schaamteloos de luxe en het geluk van de producten etaleren.

    reclame,schaamte,willem jan otten

    En tegelijk blijft de schaamte bestaan. Als een bescherming van de waardigheid van mensen die meer zijn dan consumenten en aanbidders van producten. Natuurlijk blijft het opwindend om schaamteloos en schandalig onze begeerte en lust te volgen en te tonen, zonder daarbij rekening te houden met anderen én met onze diepere verlangens. De reclame pikt daar goedkoop op in: schaam je niet, meer nog: doe lekker schaamteloos. Maar hoe goedkoop ook, ze bewijst daarmee dat mensen zich kunnen schamen. Godzijdank.

    Het essay 'De afgerichte liefde' waarin Otten schrijft over schaamte is te vinden in: Onze Lieve Vrouwe van de Schemering (Amsterdam 2009) pp. 88-97.

  • Ondragelijke leegte

    Ik reed kortgeleden langs de lege showroom van een Saab garage. Een schokkend beeld vond ik het. Achter de gevel van glas geen glanzende wagens, maar een lege, grijze vloer met achterin wat stoelen en een tafeltje. Een beeld van de leegte die rest als een bedrijf ophoudt met bestaan.

    leegte,Saab

    Het schokkendst was niet die leegte, maar een groot scherm aan de wand, waarop een gelikte verkoopfilm van de nieuwste Saab werd vertoond. Het contrast kon niet groter: de lege showroom en de flitsende beelden van een autoreclame. Wilde de man die als laatste het licht uitdeed de showroom nog een beetje redden – geen auto’s, maar nog wel scherm vol schone Saabs? Zijn ze gewoon vergeten om de film af te zetten? Of is het een daad van rouw, een laatste hommage aan het merk dat ongetwijfeld een deel van hun leven is geworden?

     

    Ik weet het niet, maar het schokte mij. Het was een haast ondragelijk beeld van leegte. Leegte die mij beangstigt en die achter veel flitsende beelden, glanzende apparaten en verleidelijke etalages schuilgaat. Een leegte die we wegstoppen achter veel drukte en een oneindige stortvloed aan beelden en stemmen die ons leven vullen. Maar onverwachts kruipt ze door de kieren van het leven naar boven en verschijnt ze – en dat schokt – want ze is ondragelijk.