antwerpen

  • Liefde valt uit het raam

    Zij stond bij het open raam, op de eerste verdieping. Hij was net de straat overgestoken en opende het portier van een auto. Hij keek nog even om. Zij zwaaide gedag en glimlachte met stralende, donkere ogen. Ik was de gelukkige die precies op dat juiste moment langsfietste onder een donkergrijze februarihemel.

    antwerpen,liefde

    Het ontroerde me, dit eenvoudige afscheidsritueel van twee onbekende mensen. Ik kan niet zeggen of ze geliefden waren, vrienden of broer en zus, maar dat gebeuren sprak de taal van liefde en leven. Zonder woorden, maar met hun ogen en een kwetsbaar handgebaar raakten ze elkaar nog even aan. Het was vooral de vluchtige, kwetsbare aanraking in het gebaar en het oogcontact die me raakte. 

    Is dit niet het schoonste van liefde — kwetsbaar geven en ontvangen, zacht en vederlicht raken en geraakt worden? De liefde kent geen ijdel vertoon en ze is niet grof, schrijft de apostel Paulus in zijn lied van de liefde (1 Korinthiërs 13). Hij heeft gelijk: liefde op haar echtst is zacht en kwetsbaar en toont zich stil en teder. Zacht straalt ze uit de ogen of de handen van een ander en genadig gewoon zet ze ons alledaagse leven in een zacht licht, zoals een zonnestraal dansende stofdeeltjes laat glinsteren en leven. En ik zag haar als toevallige voorbijganger even uit het raam vallen van een gewoon appartement in een nog gewonere straat in Antwerpen.

    Al fietsend greep ik moed. De liefde is er nog, ze zal nooit vergaan. Even kwetsbaar als taai, even stil als vitaal overleeft ze in tijden van grofheid en 'ikkerigheid'. En valt ze ons genadig en verrassend in de schoot.

  • Blauwe lucht

    Gisteren begon mijn dag goed. Door het schuin openstaande badkamerraam zag ik boven de daken de diepblauwe zomerlucht. Zomerblauw, fris en klaar voor een nieuwe dag. Even stond ik daar als Adam in de hof van Eden: verliefd op het leven, dankbaar voor mijn bestaan, blakend van levenslust en zin.

    Cielo simplemente.JPG

    Later op de dag vroeg ik me af waarom die blauwe lucht me zo in vervoering brengt. Een lucht van blauw met witte wolken is misschien wel mooier en het spel van donker en licht in de herfstluchten is zeker fascinerender dan een strakblauwe hemel. Bovendien hangen blauwe zomerluchten meestal over een warme wereld, die ook die morgen al veel zweet en loomheid beloofde. 's Middags fietste ik onder de blauwe hemel door de straten van een hete stad, die alle levenslust uit je lichaam zoog. Klam van het zweet zat ik aan een ziekenhuisbed en zag door het raam dat de hitte als een witte waas voor de blauwe lucht hing — het levendige blauw nu flets en verkleurd.

    En toch houd ik van die blauwe zomerlucht. Misschien heeft het te maken met de openheid die zo'n lucht uitstraalt. Het is alsof alles open is naar het leven, God, goedheid, eeuwigheid. Een heldere sterrenlucht is ook open, maar dan op een eerder beangstigende manier, zoals de grote denker Blaise Pascal (1623-1662) het verwoordde: 'de oneindige, onmetelijke ruimten die ik niet ken en die mij niet kennen' (fr. 68 Pensées). De blauwe lucht is een open poort naar het leven, een geruststellende uitnodiging dat we mogen leven, de genadige wenk dat zonder mij dit bestaan niet compleet is. Even open en genadig als de lijnbus die me in de hitte passeerde, met alle deuren wagenwijd open om te zeggen dat ik binnen mocht komen.

  • Ook de lift weet het niet meer

    Al een tijdje weet een van de bezoekersliften van het Sint Vincentiusziekenhuis in Antwerpen het niet meer. Boven de stalen liftdeuren verschijnen namelijk niet de vertrouwde groene digitale cijfers, maar twee vraagtekens. Ik zag ze voor het eerst op 7 januari, de dag van de Charlie-aanslag in Parijs, waarvan ik op dat moment nog niets wist. Die twee vraagtekens op die onverwachte plek ontroerden me. Hoe schoon eigenlijk: een lift die niet wist waar hij was, die het noorden kwijt was? In plaats van een stilstaand cijfer om aan te geven dat de lift vastzat op verdieping zoveel of een kruis dat de bezoeker kil wees op een defect, twee — jawel, twee — vraagtekens.

    elevator-doors1.jpg

    Ik verdenk de technicus die het systeem programmeerde van een vlaag van poëtische inspiratie. Het kan natuurlijk ook een jolige stemming vlak voor het weekend zijn geweest. Hoe dan ook, proficiat voor deze mens die met lifttechniek poëtische tekens weet te maken. In ieder geval is hij daar beter in dan zijn collega's in het repareren van de lift, want de lift staat twee weken later nog steeds in de vraagtekenmodus. Ik vind dat niet erg, want hoe vaker mijn ogen de groene vraagtekens zien, hoe meer ik geprikkeld raak door de boodschap van het geheimschrift boven de liftdeur.

    Wat wil deze lift, die het allemaal niet meer weet, ons ziekenhuisbezoekers zeggen? Dat we in verwarrende tijden leven? En dat we maar beter toegeven dat we het niet goed weten? Dat het nu niet de tijd is om grote en harde woorden te spreken, maar eerder om voorzichtig naar inzicht en antwoorden te vragen? Na een heftige schok, zoals die vreselijke aanslagen hebben veroorzaakt, komen als vanzelf de emotionele grote woorden en gebaren tevoorschijn, samen met de angst en de noodzaak om maatregelen ter bescherming van de samenleving te nemen. Maar zijn die paracommando's die in de buurt van het Sint Vincentiusziekenhuis patrouilleren en alle 'Je suis Charlie'-retoriek over de vrijheid van meningsuiting niet teveel een uitroepteken? Een dik uitroepteken, dat geen ruimte laat voor de vraagtekens over het nut van beledigen en altijd je mening zeggen en over het waarom van de haat ten opzichte van onze Westerse samenlevingen? Ik besef heel goed dat je met vraagtekens ongeleide terroristische projectielen niet kan tegenhouden. Helaas kan dat niet zonder tegengeweld. Maar voor een toekomst van samenleven is meer nodig. En zou dat 'meer' niet beginnen met vragen, kwetsbaar vragen — zoals mijn geliefde lift ons profetisch voorhoudt?