fiets

  • Blauwe lucht

    Gisteren begon mijn dag goed. Door het schuin openstaande badkamerraam zag ik boven de daken de diepblauwe zomerlucht. Zomerblauw, fris en klaar voor een nieuwe dag. Even stond ik daar als Adam in de hof van Eden: verliefd op het leven, dankbaar voor mijn bestaan, blakend van levenslust en zin.

    Cielo simplemente.JPG

    Later op de dag vroeg ik me af waarom die blauwe lucht me zo in vervoering brengt. Een lucht van blauw met witte wolken is misschien wel mooier en het spel van donker en licht in de herfstluchten is zeker fascinerender dan een strakblauwe hemel. Bovendien hangen blauwe zomerluchten meestal over een warme wereld, die ook die morgen al veel zweet en loomheid beloofde. 's Middags fietste ik onder de blauwe hemel door de straten van een hete stad, die alle levenslust uit je lichaam zoog. Klam van het zweet zat ik aan een ziekenhuisbed en zag door het raam dat de hitte als een witte waas voor de blauwe lucht hing — het levendige blauw nu flets en verkleurd.

    En toch houd ik van die blauwe zomerlucht. Misschien heeft het te maken met de openheid die zo'n lucht uitstraalt. Het is alsof alles open is naar het leven, God, goedheid, eeuwigheid. Een heldere sterrenlucht is ook open, maar dan op een eerder beangstigende manier, zoals de grote denker Blaise Pascal (1623-1662) het verwoordde: 'de oneindige, onmetelijke ruimten die ik niet ken en die mij niet kennen' (fr. 68 Pensées). De blauwe lucht is een open poort naar het leven, een geruststellende uitnodiging dat we mogen leven, de genadige wenk dat zonder mij dit bestaan niet compleet is. Even open en genadig als de lijnbus die me in de hitte passeerde, met alle deuren wagenwijd open om te zeggen dat ik binnen mocht komen.

  • Reclame voor vergeving

    'Alsof er niet genoeg auto's over de weg rijden,' dacht ik gisteren toen ik langs weer een levensgrote reclame voor een nieuw model auto reed. Ik heb het idee — louter op basis van mijn eigen waarnemingen langs de vooral Antwerpse wegen — dat de autoindustrie de koppositie inneemt in het beplakken van de kleine, middelgrote, grote en vooral reuzegrote reclameborden die het straatbeeld van Antwerpen (ont)sieren.

    Maart 2011 Eindhoven Billboard_large.jpg

    Nu ben ik geen autohater, hoewel de fiets om velerlei redenen mijn favoriete vervoermiddel in de stad is en ik het openbaar vervoer verkies boven filerijden naar Brussel. Ik kan zeker genieten van de schoonheid en het technisch vernuft van het allerheiligste vervoermiddel van Vlaanderen en de wereld. Maar al die levensgrote glimmende bolides met stoere man, schone vrouw en/of woest landschap die mij moeten verleiden om ook naar dat model te verlangen, roepen weerstand op. Het is gewoon teveel, te groot en te opzichtig.

    Deze ergernis brengt me bij een tegendraads en creatief voorstel van de filosoof Alain De Botton (uit zijn boek Religie voor atheïsten). De Botton vraagt zich af of we in onze westerse samenlevingen niet teveel propaganda voor eten en producten maken, terwijl het veel beter zou zijn om te streven naar 'een evenwichtiger samenstelling van de boodschappen ... met minder nadruk op het louter commerciële.' Ik vind dat een prachtig idee. Waarom geen levensgrote reclame voor vergeving en reuzeposters langs de weg die ons troosten of verleiden om meer naar elkaar om te zien?

    Het probleem is natuurlijk dat deugden als vergeving, troost en omzien naar elkaar niet de marketingbudgetten hebben waarover Mercedes, Renault en Volkswagen beschikken. Maar als we die immateriële zaken moreel en spiritueel hoger achten dan auto's (of welk product dan ook), dan zouden we toch op de een of andere manier moeten investeren om ook daarvoor met verleidingskracht en creativiteit reclame te maken? 

  • Ik hou van sneeuw

    Mij zult u niet snel horen sakkeren over de sneeuw. Ik hou van de witte wereld die de sneeuw gratis te voorschijn tovert: de koude, frisse atmosfeer, de rust en stilte doordat de sneeuw alle geluiden dempt, het wit dat alles zuivert. Het is alsof het leven even een sprookje is, waarin je thuis bent en alles klaar en helder is.

    sneeuw.jpg

    Ik weet natuurlijk dat de sneeuw ook praktische gevolgen heeft, voor sommige mensen ingrijpende gevolgen. Vooralsnog neem ik die er met vreugde bij. Gisteren moest ik in de sneeuw op de fiets naar het centrum van Antwerpen. Dat is minder sprookjesachtig dan een ochtendwandeling door een besneeuwd park. De fietspaden waren nog niet sneeuwvrij gemaakt, de hoofdwegen vies en bruin van het zout en door de kleine straatjes in de stad was het ploegen als een veldrijder. Maar toch was het goed, die kleine strijd tegen de elementen.

    Op de een of andere manier schept het gevecht tegen de elementen saamhorigheid. We spreken (of sakkeren) over de sneeuw, we prijzen de helden die erdoor zijn gekomen en we voelen ons verbonden met een ieder die ook op weg is door het barre weer. Terwijl ik op mijn fiets door de sneeuw ploegde, kwam ik een vrouw tegen die met sneeuwlaarzen aan op weg was naar de bushalte. Onze blikken kruisten elkaar. Ze keek me lachend aan. Ik zal ook wel vrolijk hebben gekeken. Het was de vrolijke saamhorigheid van 'kijk ons eens hier zwoegen!' En misschien ook de dankbaarheid dat wij op dat moment deel waren van die wonderlijke witte wereld.