goden

  • Gezondheid is niet alles

    Healthy-Living-Apple.jpgIk wist niet of ik er goed aan deed, ik aarzelde, maar ik zei het toch: 'Nee, ik vind gezondheid niet het belangrijkste.'

    Het gebeurde tijdens een bezoek aan een van onze kerkleden die net uit het ziekenhuis thuis was. Ik was er nog niet zo lang, toen de kinesist verscheen om revalidatie oefeningen te doen. Terwijl ik aanstalten maakte om te vertrekken, zei ik dat ik graag ruimte maakte voor de gezondheid van het lichaam en nog wel eens terug zou komen op een ander moment. Daarop reageerde de kinesist met de opmerking dat gezondheid natuurlijk voor alles kwam.

    Daar was die opmerking weer. Misschien al wel duizend keer had ik die in het ziekenhuis, bij de schoolpoort of op een verjaardag in verschillende varianten gehoord: 'Als je maar gezond bent'; 'Zolang ik gezond blijf, hoor je mij niet klagen'; en 'Gezondheid is je grootste rijkdom'. Telkens krijg ik er een ongemakkelijk gevoel bij. Enerzijds klopt het dat lichamelijke gezondheid tot de basisbehoeften van het menselijk leven behoren — helemaal onderaan de piramide van Maslow. Een gezond lichaam is een basis om mee te kunnen leven en ziek zijn beperkt een goed leven, of kan dat zelfs onmogelijk maken. Anderzijds is de uitspraak dat gezondheid voor alles komt tiranniek, om niet te zeggen afgodisch. Gezondheid wordt zo gepromoveerd van een essentiële basisbehoefte naar het hoogste goed. Het is die opgehemelde status van gezondheid die mij dwars zit en mij tot het tegenspreken van het hedendaagse dogma van 'gezondheid voor alles' bracht.

    Mijn tegenspraak heeft te maken met de Bijbel. De bijbelse kritiek op afgoderij waarschuwt dat geen enkel aspect van het menselijk bestaan die absolute, goddelijke status verdient, omdat er anders niet genoeg ruimte is voor God, maar ook niet voor een vrij en humaan leven. En gezondheid is een van de goede en belangrijke aspecten van het bestaan die in onze samenleving als een god wordt vereerd. Als je bedenkt hoeveel geld, energie en aandacht aan gezondheid en een gezond en jeugdig lichaam wordt besteed, dan lijkt het dat gezondheid vandaag een veel hogere status heeft dan de godin Hygieia ooit bij de oude Grieken had. De kritische vraag is of ze daarmee niet teveel eer en aandacht krijgt en — zoals alle goden — ons tot haar slaven maakt.

    Een andere bedenking die bij mij opkomt is wat dit dogma met je doet als je niet gezond bent. Wat als je chronisch ziekt bent, als door ouderdom je lichaam aftakelt of als je moet leven met een lichamelijke beperking? Dan is dat hoogste goed van een gezond leven niet meer bereikbaar, maar ben je dan ook minder mens en niet meer in staat om geluk te ervaren? Zonder ziekte, handicaps en aftakeling te willen relativeren (of lijden te verheerlijken), zie en ervaar ik dat er ook geluk en diepe menselijkheid te vinden en te geven is als je leeft zonder het hoogste goed van gezondheid. En zet dat niet een streep door het dogma dat gezondheid voor alles gaat?

    Toch aarzel ik om dat te zeggen. Ik denk omdat ik me een ketter voel die tegen het gezondheidsgeloof van de meerderheid ingaat. En het vergt nog altijd — ook in verlichte tijden — moed om een ketter te zijn. En nog meer omdat ik (voor zover ik weet) gezond ben. Als gezond mens heb je gemakkelijk praten. Heb ik wel recht om hierover te spreken? Daarom zal ik deze blog laten lezen aan mensen die weten wat het is om gezondheid te missen, alsook aan een aantal mensen die in de gezondheidszorg werkzaam zijn. Ik ben benieuwd naar hun kijk. Uw gedachten zijn natuurlijk ook welkom.

  • Missionarissen van de Mammon

    'Jezus had het scherp gezien.' Die gedachte kwam bij me op toen iemand onlangs de kredietbeoordelaars de missionarissen van de god van het virtuele geld noemde [Wim Vermeesch op http://opinie.deredactie.be/category/wim-vermeersch/] Die kredietbeoordelaars hebben eerbiedwaardige engelse namen als Standard & Poor’s en Moody’s en huizen in de glimmende glazen kathedralen van de kapitalisme. Voor gewone mensen als ik zijn ze onzichtbaar. Ze bestaan al meer dan honderd jaar, maar ik had voor de Griekse schuldencrisis nog nooit van hen gehoord.

    standard&poor's, mammon, goden

     


    Maar nu weet ik dat het profeten zijn van dé god van onze tijd. Als ze zich openbaren dan spreken ze immers met onfeilbaar gezag. Hun ratings, in de heilige en mysterieuze taal van AAA, AA+ en BB, doen regeringsleiders en bankdirecteuren jubelen of sidderen van angst. Men hecht allerwegen geloof aan hun beloften en oordeelsaankondigingen, omdat men blijkbaar gelooft dat de wereld geleid wordt door de god van het geld en zijn wereldwijde markt.

    Ik heb niet veel verstand van economie en zal ook niet zeggen dat kredietbeoordelaars zinloos of slecht werk leveren. Het enige waar ik schrik voor heb, is de goddelijke status van het geld en bezit. De enige afgod die Jezus in het evangelie bij name noemt, is de ‘Mammon’ – de geld- of spullengod (Lukas 16:13). Deze Mammon is vandaag meer dan ooit de oppergod die onze verering vraagt. Zou het daarom geen verlossing zijn, als we de goddelijkheid van geld en bezit doorprikken? Door kritisch te zijn als de profeten van het kapitalisme spreken en door onszelf te bevragen of bezit bewust of halfbewust teveel prioriteit krijgt in ons leven. Dat zeg ik dan maar als missionaris van de ware God, wiens ratings streng, maar ook gul en genadig zijn.